
Kinderen:
Bij kinderen is het preventief oogonderzoek uiteraard van groot belang.
Het goed functioneren van het visueel apparaat is voor een normale
ontwikkeling onontbeerlijk. Vroeger werden oogafwijkingen vaak te laat
vastgesteld zodat een behandeling niet meer mogelijk was. Een kind dat één
goed oog heeft, zal immers zelden of nooit klagen waardoor een afwijking
dan ook niet zal worden vastgesteld.
In ons land wordt tegenwoordig uitstekend werk geleverd door het georganiseerd
medisch preventief onderzoek dat via de school plaatsvindt. Deze
diensten screenen elk kind op zijn gezichtsscherpte, de oogstand, eventuele
kleurenzichtstoornis of dieptezichtafwijkingen.
Ook de huisarts kan deze screening uitvoeren.
Jaarlijks worden door deze collega’s bij honderden kinderen oogafwijkingen
vastgesteld.
Zij worden verwezen naar de oogarts voor verdere behandeling.
In volgende gevallen is een preventief specialistisch onderzoek door de
oogarts evenwel noodzakelijk:
- afwijkingen
(of twijfel) bij onderzoeken uitgevoerd door de huisarts of bij
het schoolonderzoek
- scheelzien
(strabisme) zie kinderopthalmologie-gids
- vermoeden
van slecht zien
- leermoeilijkheden
- kinderrheuma
- prematuur
geboren kinderen
- Toxoplasma
infectie tijdens zwangerschap
- familiale
antecedenten (oogafwijkingen die bij ouders of in familie reeds
aanwezig waren op kinderleeftijd), bv. :
Volwassenen:
Boven de leeftijd van 40 à 45 jaar is een éénmalig algemeen oogonderzoek
(zichtcontrole, oogdrukmeting, oogfunduscontrole) aanbevolen.
Bij de meeste patiënten zullen bij dit onderzoek geen oogziekten worden
vastgesteld, waardoor volgende controles drie à vierjaarlijks kunnen
plaatsvinden of kunnen samenvallen met het aanpassen van de
(lees)brilcorrectie.
Vanaf de leeftijd van 65 jaar wordt een tweejarige controle aangeraden.
Bij sommige patiënten is een éénmalig gericht onderzoek noodzakelijk en/of
dient een frequentere controle (bv. jaarlijks, 6-maandelijks) gepland:
Patiënten die lijden aan:
Familiale antecedenten:
Terug naar boven
|