 |
| fig. 4 |
Om een "lui oog" te oefenen moet een kind worden gedwongen dit "luie oog" te gebruiken.In het algemeen wordt dit bereikt door het goede af
te dekken (fig.4) (occluderen) gedurende een aantal uren per dag en gedurende een bepaalde periode die weken tot maanden kan bedragen. Naarmate het
kind ouder is en de gezichtscherpte lager, dient de occlusie gedurende een langere tijd en een groter deel van de dag uitgevoerd te worden om een
goed effect te bereiken. Bij jongere kinderen kan hetzelfde effect vaak met korter durende occlusies worden bereikt.
Dit is het voornaamste argument om al op jonge leeftijd een "lui oog" te behandelen.
In bepaalde gevallen lukt het niet een lui oog d.m.v.een pleister (op het goede oog) te behandelen. Dan worden soms pupilverwijdende druppels
in het goede oog gedruppeld, zodat dit oog in ieder geval niet voor dichtbij kijken kan worden gebruikt. Het kind wordt op deze wijze gedwongen zijn
luie oog in ieder geval voor dichtbij te gebruiken.
Voor een succesvolle amblyopiebehandeling is de rol van de ouders het allerbelangrijkst. Zij moeten ervoor zorgen dat een kind de pleister (ver)draagt
en dat de occlusie ook lang genoeg wordt volgehouden. De oogarts zal de ouders hierbij zo goed mogelijk ter zijde staan.
In bepaalde gevallen is een kind te oud om nog met een amblyopiebehandeling te beginnen. In het algemeen wordt aangenomen dat na de leeftijd van ongeveer
11 jaar de behandeling van amblyopie niet meer succesvol is.
|